Sneak preview uit zijn nieuwe bundel, die Koeien zijn als waarheid absoluut zal gaan heten.


*

Hij kwam tevoorschijn als een donderslag
En bivakkeert hier nu een aantal weken
De reden voor zijn komst is niet gebleken
Ik twijfel ook nog of ik hem wel mag

Ik voel me minder eenzaam met de dag
Maar anderzijds ook tamelijk bekeken
Soms voelt zijn aanblik als een warme deken
En dan weer stoor ik me aan zijn gedrag

Met gretigheid omhelst hij het beton
En vordert hij zijn vunzige praktijken
In zijn verwijfde, muffe nachtjapon

Hij praat niet maar ik zie hem heus wel kijken
Er zit een schimmelplek op het plafond
Die meer en meer op God begint te lijken


*

Al zal een calculator nimmer falen
Wanneer de invoer striktnauwkeurig is
Behoudens dan een energiecrisis
Hij zal het nooit bij een abacus halen

Ik reken alles netjes uit met kralen
Voorwaar, het is bepaald geen kattenpis
Hoe ik me van de feiten vergewis
Een mens brengt offers voor zijn idealen

Een bezigheid met pieken en met dalen
Het spreekt vanzelf dat ik mij soms vergis
Daar kan ik godverdomme flink van balen

Dan onderga ik tot mijn ergernis
De confrontatie met mijn eigen falen
En bid ik huilend tot Sint Juttemis


*

Het schoolgebouw is door de nacht gevangen
De duisternis voert er een strak bewind
Het tocht hier en er loopt docent noch kind
En op de tast bewandel ik de gangen

Ik zoek altijd wat anders dan ik vind
Al heb ik hier nu andere belangen
Het voelt alsof de tijd is blijven hangen
En of mijn schooltijd weer opnieuw begint

Dan nader ik het eind van dit stilleven
Want verderop word ik een licht gewaar
Er wordt dus kennelijk nog les gegeven

Ik zie, wanneer ik het lokaal in staar, 
De jongen die ik altijd ben gebleven
Hij zit verlegen aan de lessenaar


*

De wegen van de admiraal
en mij scheidden. Hij nam
zijn steek, groette mij salut
en repte zich in een sloep

die hem naar de H.M. De
Wulpse Freule bracht om
nimmer weer te keren. Met
een eenogige hellebaardier 

bezatte ik me in In Den
Bestormde Bastille en drie
uur later kwam ik met de hik

thuis om ook die te verliezen.
“Wat heb ik nu nog?” riep ik in
het trapgat. Het orakel zweeg.